Stichting Bunkerbehoud Privacy
Mail
Het gesprek met de advocaat van de woningstichting
Tijdens het treffen op vrijdag 10 september heeft dhr de Rechter gesproken over
een uitnodiging tot een gesprek, waarbij hij de actie in handen heeft gegeven
van de advocaat van de woningstichting. Op zijn uitnodiging hebben we positief
gereageerd en hebben we op maandag 13 september direct een afspraak gemaakt.
Het gesprek heeft plaatsgevonden op dinsdagavond (14) 19:30 in Terneuzen bij
mr W.J.W.K. Suijkerbuijk van Lensen Advocaten. Dhr R. de Ridder van de
woningstichting was daarbij aanwezig. Stichting Bunkerbehoud was vertegenwoordigd
door Cor Heijkoop en Lenco van der Weel. De gemeente Sluis was niet uitgenodigd. 
De visie en plannen zijn, voor zover we dat hebben mogen begrijpen, als volgt:
-- het bestemmingsplan voor dit deel van Breskens, is omgezet naar woningbouw
(dat was ons bekend, vandaar onze actie richting gemeente in de voorgaande jaren),
-- het recent aangekocht terrein, met daarop de 633, wordt vrijgemaakt van
alle opstallen,
-- de grond wordt voor een seizoen verpacht met agrarische bestemming,
-- het ontwikkelingsplan is nu in de ontwerpfase en moet nog aan de gemeente
worden voorgelegd,
-- de bouw van woningen zal over 2 of 3 jaar starten, afhankelijk van een aantrekken 
van de economie en pas op het moment dat voor de grondprijs gunstig is,
-- de sloper Vermeulen gaat verhuizen naar elders en die grond wordt door de
woningstichting overgenomen, zodat het een geheel wordt,
-- de nieuwe kavels worden bebouwd met vrijstaande woningen in de prijsklasse
van 3 tot 5 ton,
-- de winst op dit projekt wordt gebruikt voor de financiering van een nieuw zorgcentrum 
in Breskens.

Men had uit de media begrepen dat wij mogelijk interesse hadden in de losse koepel
van de mortierbunker en er was bereidheid om daar over te praten. Wij hebben snel
duidelijk gemaakt dat de koepel zonder bunker of andersom, voor ons geen optie is.
Zonder enige aantoonbare studie of het tonen van de bereidheid om elders te kijken naar
integratie van bunkers in nieuwe woonwijken, werd vastgehouden aan volledige sloop.
Wij hebben voorgesteld om beide bunkers nu volledig onder de grond weg te werken,
maar wel zodanig dat latere openstelling mogelijk zou blijven. Dit voorstel zou intern
de woningstichting worden besproken.

In het gesprek kwamen onze acties van de afgelopen week ter tafel. Hier hebben we
uitleg gegeven over de inhoud van onze brieven aan de gemeente en de bedoeling
ervan. De eerste fax van dinsdag 7 september was bedoeld als vraag om opheldering
over de werkwijze binnen de gemeente en het verzoek de sloop stil te leggen. Deze fax
is dus het bezwaarschrift tegen de sloop, maar niet tegen de geldigheid van de vergunning.
De tweede reden voor de fax was het verkrijgen van tijd. De gemeente heeft ons verteld dat de
sloopvergunning voor de mortierbunker niet geldig is. Wij hebben deze "vormfouten" aangegrepen 
om via de gangbare procedures een aanvraag voor toekenning van de gemeentelijk 
monumentenstatus in te dienen. Deze aanvraag beoogt tevens het verkrijgen van een duidelijk 
standpunt van de gemeente en het voorkomen van het snel verlenen van een nieuwe sloopvergunning.
We hebben dit deel van het gesprek afgesloten met de medeling dat, als een sloopvergunning
niet is gepubliceerd, iedere Nederlander het recht heeft om deze, binnen 6 weken na aanvang
sloop, aan te vechten.

Vervolgens is door mr Suijkerbuijk nadrukkelijk ingegaan op mogelijke claims voor de geleden 
en nog te lijden financiële schade. De stichting werd daarbij genoemd als een kandidaten 
waarop de schade verhaald zou kunnen worden. (voor kennisgeving aangenomen)

Woensdag 16 september
kregen we het resultaat van de interne bespreking en de standpunten aangeboden:
-- het inpassen van de bunkers is niet mogelijk in het ontwikkelingsplan (dat er niet is),
-- het inpassen stuit op financiële en esthetische bezwaren, (wat in deze esthetisch is, 
wordt elders bepaald, door de Rijkdienst voor de Monumentenzorg, een gemeentelijke 
monumentendienst, of de politiek)
-- de cliënt (woningbouwstichting) is van mening dat beide bunkers niet als cultureel 
historisch erfgoed kunnen of zouden moeten worden aangemerkt (wederom, deze 
formele beslissing ligt niet bij een woningbouwstichting, maar elders
)
-- er wordt een hele alinea besteed aan het aanscherpen van de bezoekersregeling
voor het terrein, (een regeling die we nota bane zelf hebben op vrijdag 10 september
hebben voorgesteld om "ramptoerisme" te voorkomen en die we in het belang van
beide grondeigenaren direkt op onze website hebben gezet
), nu mag ook de stichting 
niet meer op het terrein, (alsof dat van enig belang is in deze zaak)
-- onduidelijke verwoording van het gesprek mbt onze acties richting gemeente,
(zie ons antwoord ),
-- wederom de opmerking dat de stichting Bunkerbehoud duidelijk als partij in beeld
komt om eventuele schade op te verhalen (is voor kennisgeving aangenomen),
-- dat de bunkersloop erg verkeerd is gevallen bij de stichting Bunkerbehoud,
(vreemd voor een stichting met die naam en haar doelstellingen, hoezo primair reageren),
-- dat wij de sloopvergunning inhoudelijk hebben aangevochten, (de melding
van de gemeente dat hij niet valide was, gaf ons nou juist de mogelijkheid voor
de aanvraag voor toekenning van de gemeentelijke mounumentenstatus
),
-- in de laatste alinea wordt de deur dichtgegooid voor nader overleg. Zonder
dat er iets wijzigt in de standpunten, is verder overleg zinloos. (wij zijn dezelfde
mening toegedaan
).

Op dit schrijven hebben we een reactie verstuurd en wel:
-- op de alinea met de emotionele opmerkingen mbt het esthetische en het
feit of de bunkers als cultureel erfgoed kunnen en mogen worden beschouwd,
(die beslissing ligt niet bij een directeur van een woningbouwstichting)
-- over onze correspondentie met de gemeente en de bedoeling daarvan,
-- op het ferm op slot gooien van verder overleg.

Samenvatting:
-- we hebben twee en een half jaar overleg met de gemeente gevoerd over een invulling 
van de bunkers en het ontwerp van een fiets- en wandelroute,
-- de bunkers staan bijna zeker op de voorlopige monumentenlijst van de gemeente,
-- door de afwezigheid van enige interne communicatie binnen de gemeente
is een sloopvergunning afgegeven,
-- die sloopaanvraag is niet gepubliceerd, hetgeen ook niet verplicht is,
-- ondanks het overleg met de stichting Bunkerbehoud heeft de gemeente ons
van de aanvraag en de toekenning van het slopen niet in kennis gesteld,
-- we hebben, na aanvang sloop, de gemeente om uitleg gevraagd en bezwaar 
aangetekend tegen de sloop,
-- het antwoord van de gemeente gaf tevens aan dat de sloopvergunning voor de 633
niet geldig is,
-- daarop hebben we direkt een aanvraag voor het toekennen van de gemeentelijke
monumentenstatus ingediend,
-- het overleg met de vertegenwoordigers van de woningbouwstichting heeft tot niets 
geleid.

Conclusies:
-- de woningbouwstichting reageert primair, emotioneel en dreigt met schadeverhaal.
Met emotie is op zich niets mis, maar maakt in deze zaak verder overleg onmogelijk.
-- het nu al realiseren van de sloop, zonder een inrichtingsplan, lijkt, mede gezien 
de tussendoor-verpachting aan een derde, op een actie om het plaatsen van de bunkers 
op welke monumentenlijst dan ook, voor te zijn. Want weg is voor altijd weg.
-- de handelwijze van de gemeente lijkt, door het onder mandaat afgeven van de 
sloopvergunning, sterk op instemming hiervan. Het lijkt zo dat al het eerdere overleg 
met onze stichting als een zoethoudertje gezien moet worden.