Stichting Bunkerbehoud Privacy
Mail
Hoorzitting
(bijgewerkt 23 december)

De stichting is op donderdagavond 9 december uitgenodigd voor het bijwonen van een hoorzitting met betrekking tot de aanvraag voor de landelijke monumentenstatus van de 633 in Breskens.
De gemeente moet hiervoor advies uitbrengen aan de Rijksdienst, vandaar deze zitting in het stadhuis van Oostburg. Aanwezig waren twee ambtenaren van de gemeente, dhr Sanderse, hoofd van de afdeling Ruimtelijke Ordening (vz) en dhr Gerrits, belast met monumenten en archeologie.
Er waren drie vertegenwoordigers van de Woningbouwstichting en drie vertegenwoordigers van de stichting Bunkerbehoud aanwezig.

Er zijn drie gespreksrondes gevoerd, waarbij in de 1e ronde antwoord moest worden gegeven op vragen van de voorzitter.
De vraag aan de stichting: waarom deze aanvraag, is beantwoord met een historische onderbouwing, de waarde van deze bunker en de vele uitspraken van de gemeente elders, waarin zij het belang van de bunkers zelf onderschrijven. Ook de ontvangen steun van de provincie is gemeld.

De vraag aan de woningstichting was: geef aan waarom de bunker niet in een nieuw te maken ontwikkelingsplan kan worden opgenomen. Dat antwoord was duidelijk, maar miste volgens ons een onderbouwing.

In de tweede ronde bleek dat de woningstichting ook gekomen was voor de voortgang op de hernieuwde sloopaanvraag, helaas was dit geen onderwerp. In deze ronde werd wel duidelijk dat er vier jaar geleden een ontwikkelingsplan is gemaakt, waarin de bunker wel was opgenomen.
Omdat wij van mening zijn dat integratie mogelijk is, hebben we toegezegd met voorbeelden te komen van projekten, waarin bestaande bunkers in na-oorlogse (woon)projekten zijn opgenomen.
Ook werd ons gevraagd, waarop de uitspraak van de Menno gebaseerd is, dat bunkers, vallend onder artikel 3, als archeologisch monument moeten worden beschouwd, waardoor de Minister hierop de uiteindelijke sloopbeslissing heeft. Helaas, die uitleg moet aan die stichting worden gevraagd. Wij hebben die clausule niet kunnen vinden en dus nimmer ingebracht.
De Stichting Menno van Coehoorn was niet op de hoorzitting aanwezig.

In de derde ronde hebben we aangegeven dat de stichting Bunkerbehoud de gemeente wederom wijst op het belang van hun eigen erfgoed.
Ook kwam ter tafel dat een vertegenwoordiging van de gemeente een periodiek bezoek heeft gebracht aan Breskens, daar is de sloop ter sprake gekomen. Van deelnemers hebben wij gehoord dat de vraag mbt de sloop zeer eenzijdig was en de aanwezigen niet hun mening hebben kunnen geven.
De advocaat van de woningstichting heeft contact opgenomen met de RDMZ en daar gehoord dat onze aanvraag geen enkele kans maakt. Op onze directe vraag met wie hij bij de dienst gesproken heeft, kwam geen antwoord.

Nu lijken alle ballen keurig in ons netje te liggen: wij hebben een dik dossier geschreven, met alle mogelijke onderbouwingen van culturele waarde, historisch erfgoed, inpasbaarheid van bunkers in woonomgevingen, enz.
Het tegendossier bestaat, wat we tot nu toe gehoord hebben, slechts uit:
"Het is geen monument, de bunker inpassen kan niet, want ik wil het niet".
Het is spijtig, maar meer hebben we niet kunnen ontdekken.