Het landhuis Toorenvliedt (1754) heeft een rijke geschiedenis. Lange tijd
maakte Toorenvliedt deel uit van de gemeente Koudekerke.
In de vooroorlogse jaren was het buiten in gedeelde eigendom van jonkheer mr.
Johan Cornelis Schorer en de erven Huizinga.
Rond de zomer van 1942 werd het landgoed gevorderd door de Duitse landmacht die
hier het hoofdkwartier van de Atlantikwall op Walcheren en de beide Bevelanden
vestigde.
Het commandocentrum werd aangeduid als Widerstandsnest Brunhild.
De staf die gelegerd was op Toorenvliedt voerde in 1944 het commando over een
infanteriedivisie van ca. 9000 militairen.
Naast de divisiecommandant, Generalleutnant Wilhelm Daser, bestond de staf uit
13 officieren, 35 onderofficieren en 131 manschappen.
Behalve de divisiestaf vestigde zich op Toorenvliedt ook de artilleriecommandant
die het bevel voerde over een 10-tal batterijen veldgeschut die voornamelijk op
Walcheren waren opgesteld. Generaal Daser zelf nam zijn intrek in het nabij gelegen
slot Ter Hooge. Huize Toorenvliedt werd ingericht met de burelen van zijn naaste
stafofficieren.
De overige stafafdelingen werden gehuisvest in enkele
barakken in de beschutting van het park.
Het aangrenzende 'Vijvervreugd' huisvestte de logistieke eenheden van de staf,
waaronder de veldkeuken.
Het kasteel 'Ter Hooge' was ingericht als officiersmess en bood onderdak aan de
divisiecommandant.
De beschutting die werd geboden door de parken, evenals de ligging aan een
uitvalsweg, maakten beide buitenplaatsen tot een geschikte vestigingplaats voor
deze belangrijke Duitse staf.
Bunkerbouw
De ligging van Walcheren aan de monding van de Westerschelde, de toegang tot de
wereldhaven Antwerpen, maakte de sector tot een van de meest invasiegevoelige
gebieden in West-Europa.
Als zenuwcentrum van de Atlantikwall was Toorenvliedt van groot strategisch
belang. De zomer van 1942 zag dan ook de bouw van de eerste bunkers: een viertal
dunwandige personeelsonderkomens.
Het toenemende geallieerde luchtoverwicht maakte het een jaar later noodzakelijk
de staf in bomvrije bunkers onder te brengen.
Om deze reden werden er in opdracht van de Duitsers begin 1944 een
communicatiebunker, maar liefst drie commandoposten en even zoveel
personeelsonderkomens gebouwd.
Tevens werden twee personeelsonderkomens en een keukenbunker gebouwd in het park
van Vijvervreugd. De bouw van de bunkers ging niet altijd even voorspoedig.
Zo verzakte de personeelsbunker aan het Toorenvliedtwegje binnen een week na de
bouw zodanig dat de Middelburgse brandweer moest uitrukken om het
binnengedrongen grondwater er uit te pompen. Om de vele bunkers in het park te
camoufleren werd een aantal exemplaren het uiterlijk gegeven van een
vreedzaam boerderijtje. Dit werd gedaan door deze te voorzien van puntdaken en opgeschilderde
ramen en deuren.
Rol hoofdkwartier bij verdediging Walcheren in november 1944
De meeste bomvrije bunkers werden na hun oplevering in eerste instantie
uitsluitend bij bombardementen gebruikt als schuilplaats.
De stafleden verkozen de comfortabele villa's boven het beton. Echter, toen op 6
juni 1944 (D-Day) de geallieerde bevrijdingslegers in Normandië landden, gold
ook op Walcheren de hoogste alarmfase.
De staf verbleef vanaf dat moment continu in de bunkers.
Tijdens de succesvolle geallieerde opmars werd de divisie die Walcheren bezette,
de 70. Infanterie Division, naar het front in Noord-Frankrijk gestuurd.
Toorenvliedt kwam hiermee korte tijd leeg te staan, maar al gauw streken hier
enkele belangrijke staven neer op hun terugtocht richting Duitsland.
Toorenvliedt fungeerde in die tijd als het hoofdkwartier voor de Duitse
terugtocht uit de Kanaalkust en voor de voorbereidingen voor de verdediging van
de Festung Walcheren in afwachting van de strijd.
Eind september waren deze staven vertrokken en was de 70. Infanterie-Division
weer terug op Walcheren.
Het einde van het divisiehoofdkwartier Toorenvliedt werd ingeluid op 3 oktober
1944 door het geallieerde bombardement op de Westkapelse zeedijk.
Na opeenvolgende bombardementen op de andere zeedijken verdween het lager
gelegen Walcheren langzaam maar zeker onder water.
Het doel van deze acties, het uitschakelen van de Duitse verdediging in het
achterland en het verstoren van de bevoorrading, communicatie en commandovoering
werd bereikt.
Door het stijgende water moest het hoofdkwartier op 17 oktober 1944 worden
ontruimd. Na enkele omzwervingen streek de divisiestaf neer op de Dam in
Middelburg.
Hier ondertekende generaal Daser in de middag van 6 november 1944, na een strijd
van enkele dagen, de capitulatie. De oorlog op Walcheren kwam hiermee tot een
einde.
Echter, het zoute water dat het eiland nog meer dan een jaar zou overspoelen,
had ook op Toorenvliedt een verwoestende uitwerking.
De villa was zwaar gehavend en van het ooit zo prachtige park was niets meer
over dan een kale, dode vlakte.
Het hoofdkwartier na de oorlog.
Na het overlijden van Huizinga (1945) werd Toorenvliedt in 1948 door de erven aan de gemeente
Middelburg verkocht. De gemeente overwoog het park te bebouwen met woningen, maar het slopen van de
bunkers bleek dusdanig duur dat gekozen werd voor de aanleg van een stadspark.
De landschapsarchitect kreeg hierbij de opdracht de bunkers zoveel mogelijk aan
het zicht te onttrekken. De aanleg van het park heeft de bunkers gespaard.
Dit geldt echter niet voor de bunkers op Vijvervreugd, die zijn midden jaren '60
gesloopt. Het huis "Vijvervreugd" is na een brand, in 1969 afgebroken.
In 2008 is er sprake van een vrijwel intact ensemble dat zich kenmerkt door een
sterke samenhang en daarmee grote herkenbaarheid.
Duidelijk zichtbaar is de relatie tussen de bunkers in het park en de villa als
het toenmalige stafgebouw. De meest belangrijke operationele bunkers, de bomvrije commandoposten en de
communicatiebunker, zijn nog aanwezig en worden gecompleteerd door zeven
woononderkomens.
Toorenvliedt is hiermee het laatste intacte divisiehoofdkwartier in Nederland.
Afsluitend
In internationaal verband is Toorenvliedt het meest compleet uitgebouwde
exemplaar van de ca. 35 divisiehoofdkwartieren die langs de West-Europese kust
werden aangelegd. Verder maakt de directe relatie van het hoofdkwartier en de inundatie van
Walcheren het complex tot een waardevol historisch monument van de 'Slag om de
Schelde'.