Het telex-systeem kan, sterk vereenvoudigd, worden gezien als twee gekoppelde
schrijfmachines, waarbij de tekst ingetikt op toestel A, zichtbaar wordt op het velletje
papier in toestel B. Niet iedereen tikt even snel, dus om de tijd waarin beide toestellen gekoppeld
moesten zijn,
te beperken, werd het bericht altijd eerst op een ponsband gezet.
Na controle werd de ponsband via een telex verzonden. Dit ging met een snelheid
van 4 letters per seconde. De strook papier had per karakter een vaste code van vijf gaatjes
die door de ontvangen telex terugvertaald werd naar de verzonden letter.
De omzetting van letters naar gaatjes, de "Murray-code" was internationaal
afgesproken en ook Duitsland heeft ze gebruikt, zelfs in de Tweede Wereld Oorlog. Daarom zijn
de 1e zes toetsen op het toetsenbord van een Duits telexapparaat "QWERTZ" en niet
zoals op Duitse schrijfmachines of computertoetsenborden "AZERTY".
Net als bij onze Hellschreiber.
De stichting heeft nu een ponsband"maker" uit de jaren 30 in bezit. Dit toestel werd gebruikt
in permanente hoofdkwartieren, bijvoorbeeld in bunkertype 618 van een divisiecommandopost.

Het werk bestond hier uit wat poetsen en het gangbaar maken van de papierklem op de documentenhouder.